![]() ![]() |
![]() Aanleg van de Donnerkogel-klettersteigDoor : Merijn Buitelaar
"Een klettersteig bouwen, hoe moeilijk kan dat nou zijn?", vroegen we ons hardop af. Beetje klooien met touw, wat boren en haken kleven. En we hebben het geweten... "Schnell schnell, Ich brauche die Rohre JETZT!" Als ware slaven rennen we de berg op en neer, soms abseilend of gezekerd, soms solo. Met rollen staaldraad van zo'n 35 kg., rugzakken vol cement of staven. Wat nou boren, dat was een alleenrecht van Heli: Yves en ik waren slechts daar voor het aandragen van materiaal. Een kunst op zich zoals ons al snel duidelijk werd. De eerste dag staat in het teken van het materiaal. Na een kop koffie werden de foto's en aantekeningen tevoorschijn gehaald. De Donnerkogel is het beoogde doel, een uitloper van de Dachstein in westelijke richting. Heli schetst de punten waar de helikopter het materiaal gaat droppen. Het eerste depot wordt op de top van de Donnerkogel. (Ja, het eerste op de top want het is iets makkelijker om met materiaal af te dalen, dan om het omhoog te slepen.) Het tweede komt in het zadel en het derde op de Kleine Donnerkogel. En dan worden de taken verdeeld; Yves en Rob gaan staaldraad snijden en oprollen. (De 1300 meter (oude) liftkabel wordt in stukken van 50 meter verdeeld.) Heli en ik gaan de staven, bouten en transportzakken ophalen. Aan het eind van de middag zijn alle spullen verzameld en kunnen we gaan laden. Zo'n 2000 kg. aan touwen, staaldraden, statische touwen, staven, cement etc. wordt in en aan drie grote zakken geladen. Alles wordt zo neergelegd dat de helikopter, zonder te landen, de spullen op kan pikken. Heli vliegt mee om aan te wijzen en Rob koppelt het materiaal aan. Yves en ik rijden met Gerri mee om via een andere weg naar de hut te gaan. Het feest kan beginnen.
"Piep piep piep", shit de wekker gaat, het is 5 uur en voor mijn gevoel heb ik nog geen oog dichtgedaan. Ik ben niet zo'n held met vroeg opstaan, maar helaas moet ik wel. Tegen mijn zin in prop ik het brood in mijn mond en de koffie maakt me misselijk. Maar ja, zonder ontbijt weg gaan lijkt me niet zo verstandig. Het plan is om tot zonsondergang door te werken. Het is oktober, dus dat betekent tot een uurtje of zeven 's avonds, en dat is lang genoeg. We pakken onze tassen en gaan aan de wandel. Het is nog donker, dus de hoofdlampjes wijzen ons de weg, langzaam begeven we ons naar boven. De zon begint op te komen, zo te zien gaat het een prachtige dag worden. De mannen beginnen te versnellen, helaas heb ik vier maanden geleden mijn enkel gebroken en heb moeite met het tempo. Ik krabbel de berg op en kom gelukkig toch hoger. We besluiten te splitsen; Yves gaat met Heli direct omhoog en ik ga met Rob en Gerri naar het tweede depot. Er moeten meer stalen pinnen naar boven, dus die moeten eerst opgehaald worden. Boven gekomen begin ik mijn rugzak vol te laden; deze dingen zijn aardig 'hufter proof': 40 cm. lange en 35 mm. dikke stalen pennen, met een plaat eraan gelast. Wat het allemaal weegt weet ik niet, maar ik voel me erg ellendig terwijl ik me door de pijn en de lage struiken worstel. We traverseren eerst naar de andere kant van de berg, om daar via een couloir naar boven te gaan. Tegen de tijd dat ik getraverseerd ben zijn de andere twee al lang uit het zicht verdwenen. Ik wist nog niets van het couloir, dus ietwat verloren waggel ik rond. "Tja, het zal wel ergens omhoog zijn", denk ik, en zoek naar de meest aannemelijke weg omhoog. Via een puinhelling met daarna wat 3e graads passages kom ik eindelijk omhoog. De rugzak is zwaar en de pinnen boren in mijn rug: als dit maar de goede weg is... Waar het even minder steil wordt zie ik ineens Gerri's hoofd over de rand komen; "alles gut??". Gelukkig kan ik nog een semi-gerustellende "jah" eruit krijgen. Boven is het werk in alle hevigheid losgebarsten. De eerste haken zijn geboord met een enorme Hilti boor, aangedreven door een 40 kilogram zwaar aggregaat. Hmmm, ik vraag me af waarom ik dat niet heb gehoord aan de andere kant, hier maakt het een hels kabaal. Veel tijd om bij te komen het ik niet, er moet gewerkt worden. Samen met Yves moet ik zorgen dat de anderen door kunnen werken: Heli boort, Rob zet de pinnen vast met cement en zijn hamer, en Gerri maakt de staaldraden vast. Als mieren rennen we over de graat op en neer, zekeren gaat eigenlijk niet want de draad zit nog niet vast. Het valt erg tegen om de rollen staaldraad te verplaatsen over terrein waar je eigenlijk liever vast zou zitten, ook als je niet zou hoeven te tillen. We proberen verschillende methoden: tillen, dat gaat een paar meter goed, maar dan vindt je schouder het niet meer tof; slepen gaat redelijk totdat je na maximaal twee meter een steen tegenkomt waar de rol achter haakt. OK, we proberen ze te rollen, dit lijkt redelijk te werken totdat één van de rollen besluit de afgrond te nemen, enkele honderden meters loodrecht naar beneden, waarna hij stuiterend verder de helling af gaat. Gelukkig gaan we er niet achteraan, maar een beetje spannend is het wel, vooral als we het Heli moeten uitleggen. Na veel gescheld werken we weer verder, het wordt een combinatie van bovenstaande technieken en nu blijven de rollen wel op de berg. Na een eeuwigheid van zeulen en slepen, door voor mij toch wel erg spannend terrein, zit de dag er eindelijk op. De zon zakt achter de bergen weg, en het begint te schemeren. Het eerste deel, dus het laatste als je de klettersteig vanaf beneden doet, is volgehangen met statische touwen. De eerste staalkabels zijn aan de pinnen bevestigd, en het begint een beetje vorm te krijgen. "Sjemig de pemig, wat een enorme klus", we hebben ons aardig vergist, dit is helemaal geen makkie, dit is echt bikkelen. In het donker strompel ik de hut binnen, mijn enkel doet pijn. De bergschoenen hebben niet het gewenste steunend effect gehad, maar hebben juist de druk om het gewricht vergroot. Als ik de schoen uittrek komt er een paars opgezwollen geheel tevoorschijn. "Tja, hoe moeilijk kon het ook weer zijn". De pijn wordt verzacht met de nodige "Radler", zeg maar Sneeuwwitje: bier met limonade. In Nederland moet je daar vooral niet mee aankomen, maar hier is het de drank van de grootste berghelden. Maar goed ook, want als ik aan het normale bier was gegaan had ik zeer waarschijnlijk het eten niet meer meegemaakt. Tegen de tijd dat we de volgende dag weer boven staan bij de 'Donnermantel', is het zonnetje op. Het uitzicht is prachtig, we kunnen ontzettend ver kijken. We gaan het nu anders aanpakken, het is de bedoeling dat we vanaf beneden de statische touwen in "jumarren", en dan tijdens het inrichten de spullen naar beneden halen. Onderaan de steile wand aangekomen duiken Yves en Gerri in de touwen, de stenen suizen direct om mijn oren. Een paniekaanval is het gevolg, hoe de hel moet ik nou achter die lui aan als er stenen ter grootte van tennisballen op mijn helm proberen te vallen? En zo'n 10 mm. touwtje, dat 50 meter hoger vast zit, ziet er ineens ook niet meer zo aantrekkelijk uit. De "Alpi-nicht" in mij wint het, en ik in ga naar Heli om hem te melden dat ik de wand niet in kan. Niet getreurd, er is direct een leuk klusje voor me; de graat vanaf de Donnermantel tot halverwege de Kleine Donnerkogel staat vol met lariksen, een soort lage maar erg stugge struiken. Of ik even de weg vrij wil maken... Het werd dus voor mij een ochtend tuinieren op een graatje, met aan een zijde het uitzicht op een 350 meter diepe afgrond. Maar niet piepen, want er kunnen in ieder geval geen stenen op mijn hoofd vallen. Het is aardig zweten en ik baal er van dat we de motorzaag niet mee hebben genomen, want de stammetjes zijn regelmatig meer dan 15 cm. dik, en als het er erg veel zijn is een handzaag niet de handigste oplossing. Zeer toepasselijk werk ik aan het deel wat later de "Holländer Grat" wordt gedoopt. De middag wordt het weer materiaal slepen langs de steeds verder vorderende lijn van touwen, staal en cement. Waarom was ik ook weer hier? De dag gaat zo door tot dat mijn waas bruut wordt verstoord door de schreeuw dat de helikopter ons op komt pikken. Maar hoe zit dat nou met die helikopter zal de oplettende lezer denken. Tja, dat was eigelijk heel eenvoudig. Heli had inmiddels alle statische touwen bevestigd om zo de route te bepalen. Hij was dus al weer beneden, waar op dat zelfde moment onderhoudswerkzaamheden aan de skiliften werden uitgevoerd. De helikopterpiloot was wel bereid om ons een uurtje teruglopen te besparen. Toch wel spannend zo'n eerste tripje in een heli waarbij je in stijl van een bergtopje wordt afgeplukt. Twee dagen later was het werk gedaan. We waren helemaal kapot, maar het zag er goed uit. Nu, enkele jaren later, blijkt dat deze klettersteig nog het nodige stof heeft doen opwaaien. Een deel van de route bleek over een paar oude klimroutes te lopen, en er brak een aardige rel uit die zelfs de Oostenrijkse kranten haalde. Er was bijna sprake van dat de hele boel er weer uit zou moeten. Gelukkig is slechts het onderste deel veranderd, waardoor het geheel nog mooier is geworden. Inmiddels blijkt het één van de populairste klettersteigs in Oostenrijk te zijn. Ik ben een jaar later nog terug geweest op een mooie dag in oktober, en had het zicht op tientallen enthousiastelingen, die zich als mieren langs de wand bewogen. Gelukkig zat ik op dat moment lekker aan een koud biertje op het terras van de berghut van Gerri. |
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||
© '94-'08 climbing.nl, bleau.info, bergsport.com all rights reserved