 |
 |
![[ AXIS Round Edges ] [ AXIS Round Edges ]](http://www.climbing.nl/images/axis/axisroundrough.jpg)
Het Gesäuse
Klimmen op de vergeten rotsbastions van de Weense school.
Tekst: Tim van der Linden
Fotografie: Menno Boermans
Welke klimmer kent ze niet, de Alpenvereinsführers van Bergverlag
Rudolf Rother? Bron van informatie, bron van inspiratie, die dikke rij
klimgidsjes. Zou het lukken, alle gidsjes in één lange rij
optillen tussen beide armen? Het is vast erg moeilijk, maar misschien gaat het
met één gidsje minder. Ik zou wel weten welke ik ertussenuit zou
halen: het 968 bladzijden tellende deel "Gesäuseberge / End". In het
hartje van Oostenrijk, op de oostelijke begrenzing van de Alpen, ligt een
kloof van ruim 1500 meter diep. Uitgeslepen door zuiver Ennswater dat nog
steeds met volle overtuiging haar meesterwerk aan het voltooien is: het
Gesäuse. De herkomst van de naam laat zich raden. De rivier verliest op
het steilste stuk 50 hoogtemeters over een afstand van één
kilometer wat een oorverdovend gebulder oplevert. Een historisch klimgebied
waar vreemd genoeg slechts een enkele Nederlandse klimmer van gehoord
heeft.
![[ Edwin Koopmanschap halverwege 'Koenig Loewenherz' (6+, Grosse Buchstein) ] [ In de wand ]](http://alpine.climbing.nl/images/menno_boermans/gesaus01.jpg)
Beklimming van de Roßkuppekante Het is een vroege ochtend
in de zomer van 1993 als Esron, Martijn, Maurice en ik onze groene Renault 4
langs de weg parkeren. Het is nog schemerig en er hangen dikke mistwolken in
het dal. De kolkende rivier overheerst de omgeving en stuwt af en toe vochtige
dampflarden onze richting op. En toch, iets in de atmosfeer, een bepaalde
droge warmte, verraadt dat het een prachtige dag gaat worden:
"Kaiserwetter". We zullen het nodig hebben want de Roßkuppekante
die we vandaag willen beklimmen overtreft alles wat ieder van ons tot nu toe
heeft geklommen. Qua moeilijkheid moeten we de route aan kunnen; 4e / 5e
graads klimmen met één sleutellengte 5/A1, het
"Hein-Riß". De vraag is: houden we het wel vol? 21 touwlengtes is
tenslotte een behoorlijk aantal.
Om kwart over zes zijn we op pad. Ik voel me gespannen en moet nog op gang
komen. Om acht uur komen we bij de bovenrand van het wolkendek, de warmte van
de zon begint door te dringen. De wand komt in zicht, eerst de bovenrand,
recht boven ons, dreigend en erg ver weg. Dan verdwijnen we in de schaduw van
de wand, de helmen gaan op. We proberen markante rotsformaties terug te vinden
op de foto in het Rother-gidsje en drinken wat. Om negen uur stapt Il
liberatore in de wand. Eerder deze vakantie heeft Maurice al faam gemaakt
door halve A1 lengtes On Sight te klimmen.
![[ Uitzicht op het Gesause vanaf de Kalbling ] [ Avondlicht ]](http://alpine.climbing.nl/images/menno_boermans/gesaus02.jpg)
In 1925 betekende de beklimming van de Roßkuppekante het begin van een
nieuwe periode waarin haken-technisch moeilijke beklimmingen werden
uitgevoerd. De eerstbeklimmers Fritz Hinterberger en Karl Sixt, vormden een
symbiose van het beste wat de Weense en de Münchense school hadden
voortgebracht. De Weense school was een ietwat conservatieve klimstroming die
het gebruik van rotshaken resoluut afwees en het pure vrijklimmen, het liefst
zonder touw, beschouwde als de edelste vorm van klimmen. De Münchense
school ontwikkelde juist touwtechnieken die het klimmen van moeilijke
haken-technische routes mogelijk maakten. Hinterberger ging het grootste
gedeelte van de route aan kop over de steile Gesäuseplaten en Sixt loste
de sleutelpassage op met een aantal ingewikkelde touwpendules. Een jaar later
ontdekte Hein een elegantere oplossing: het Hein-Riß.
Het eerste contact met de rots is altijd allesbepalend: als de rots koud en
glad aanvoelt blijf je de rest van de dag vaak verkrampt en traag
klimmen. Niet vandaag: de rots voelt solide en ruw en ik heb een bijna
instinctieve drift om de grote randen vast te pakken en door te graaien naar
de volgende. Het klimmen gaat dan ook snel en na een aantal uren klauteren
zijn we voorbij het "8 meter wandl": een verticale gladde afbreukzone die
gezekerd is met ingeboorde mephaken waaraan we een hangrelais maken. Nu komt
de sleutellengte met het "Hein-Riß", een 15 meter lange off-width spleet,
gezekerd met bezwamde houtklossen. Ik had 's-ochtends goed geteld want de
beurt is aan Maurice om deze lengte voor te klimmen, oeff..... De eerste
meters in de spleet is het even zoeken naar de juiste klimbewegingen maar
daarna gaat het snel omhoog. Op het punt waar de spleet A1 wordt, vindt
Maurice het wel mooi geweest, stapt uit de spleet en klimt moeiteloos over de
gladde 85° plaat naar het diagonale relais. De wand is hier echt
geëxponeerd en het uitzicht naar de verbindingszone met de Dachlwand
(die, schat ik, over de hele lengte minimaal 50 meter overhangt) maken de
ambiance wild. Dan volgen er een overhangende versnijding en een diagonale
lengte terug naar de eigenlijke graat. Hier wordt het allemaal wat
gemoedelijker, kleine bloempjes vrolijken de omgeving wat op. Dit zijn altijd
heerlijke momenten. We moeten nog 11 lengtes maar niemand zit stuk waardoor je
weet dat de route gaat lukken. Nu is het alleen nog een kwestie van
doorklimmen en niet verdwalen. Om 4 uur zit ik als eerste op een graspol op de
rand van de zuid-west schouder van de Roßkuppe, precies op schema. Mijn
voeten bungelen in de 600 meter diepe noordwand. De lucht is diepblauw. Een
nieuwsgierige alpenkauw komt naast me zitten. 1500 meter lager slingert de
rivier door de kloof. Een zacht geruis, een schreeuwende kauw en het geklingel
van karabiners zijn de enige hoorbare geluiden.
Historisch klimgebied Het Gesäuse is één van de
oudste rotsklimgebieden van Europa. Dit lijkt nogal vreemd voor een onbekend
gebergte ergens in het vage achterland van Oostenrijk. Maar vergeet niet dat,
zo'n 150 jaar geleden, Wenen één van de invloedrijkste steden
van Europa was, met het Gesäuse als dichtstbijzijnd gebergte. Daarnaast
was het dankzij het oudste bergspoor van Europa snel bereikbaar. In 1872 werd
er zelfs een treinspoor door het Gesäuse geopend, met een halte pal onder
de Hochtorrgruppe. De allereerste Duitstalige klimgids, die in 1884
verscheen, gaat dan ook over het Gesäuse.
In de crisisjaren ontvluchtten veel jonge Weense klimmers de armoede in de
stad en leefden als vagebonden in het Gesäuse. Ze sliepen in hooischuren,
aten vaak wekenlang alleen polenta en klommen met een rafelig henneptouw en
een paar haken; vaak werd er gesoleerd. De beklimmingen waren gewaagd en van
een ongekend hoog nivo; veel klimmers beheersten de zesde graad. Velen hadden
niets te verliezen en verloren slechts hun jonge leven. Hiervan getuigt het
Bergsteigerfriedhof in Johnsbach.
Nationaalpark en afzekering Op dit moment vinden er grote
veranderingen plaats in het Gesäuse. De Oostenrijkse regering heeft het
gebied de status van Nationaalpark gegeven, met als gevolg dat er geld
beschikbaar is gekomen om de toegankelijkheid te vergroten en het toerisme te
bevorderen. Dit klinkt negatief, maar men heeft goed door dat het Gesäuse
een uniek klimgebied is, waardoor de bevordering van het klimmen prioriteit
heeft gekregen. Zo is er vorig jaar een klettersteig aangelegd door de
zuidwand van de Große Buchstein en zijn er in het hele gebied veel nieuwe
routes geopend. Daarnaast is de sanering van bestaande routes in volle
gang. Oude standplaatsen worden van boorhaken voorzien, onbetrouwbare
"rostgurken" worden verwijdert en soms wordt er een boorhaak als
tussenzekering gezet. Verder zijn er plannen voor de ontwikkeling van een paar
klimtuinen. Dit voorjaar is er een nieuwe klimgids verschenen met alle nieuwe
routes en de meest aantrekkelijke bestaande lijnen. De klimgids bevat veel
duidelijke foto's en gedetaileerde skizzes.
![[ Zonsondergang op de Hochtorgruppe ] [ Echt avondlicht ]](http://alpine.climbing.nl/images/menno_boermans/gesaus04.jpg)
König Löwenherz Het is zomer 2002 als ik weer in het
Gesäuse op pad ben. We zijn met z'n zessen dit jaar: David Graas, Hans
van Keulen, Edwin Koopmanschap, Menno Boermans en de gebroeders van der
Linden: Martijn en Tim. De week was goed begonnen met een heerlijke beklimming
van de zuidwest-pijler van de Kalbling die in 1997 door niemand minder dan
Klaus Hoi geopend werd. Een dag later zou de zuidwand van de Festkogel op het
menu staan, maar na een lange anstieg, waar ook nog 4 lengtes vijfde graads
klimmen in zaten, stonden we laat onder de instap en was de lucht te
dreigend. Later zou een hevig onweer losbarsten, waarna we, dampend achter een
kom Leberknödelsuppe in de Köblwirt, mijn derde mislukte poging om
deze wand te beklimmen vierden. De komende dagen zou de kans op onweer alleen
maar toenemen: voorlopig dus geen Hochtorroutes maar de hoogste tijd voor
König Löwenherz.
We vertrekken om 7 uur 's-ochtends uit het Buchsteinhaus en traverseren in
oostelijke richting onder de zuidwand van de Große Buchstein door in
typisch "Gesäuse gelände". Het is geen puinhelling maar ook geen
grashelling en af en toe schiet een voet weg. De lucht is drukkend en ondanks
het vroege tijdstip en de relatief korte anstieg ben ik nat van het zweet als
ik als laatste bij de instap van de route arriveer. De lijn is vorig jaar
ingeboord en een echte alpiene sportklim van 11 touwlengtes met een
moeilijkheidswaardering van VI+. In de derde lengte komt de route echt los. De
rots brengt ons hier in een ronduit euforische stemming en lijkt gevormd om te
worden beklommen. Het gesteente is extreem scherp en het klimmen steil en
gevarieerd: Overhangetjes, spleten, korte traverses, versnijdingen en
platen. De touwlengtes zijn lang en continu; kreunend en steunend kom ik aan
op het vierde relais, "maar wel mooi klimmen hoor" krijg ik er nog net over
mijn lippen. Ook de volgende 5 touwlengtes blijft het klimmen vertikaal en dik
6e graads. Zo nu en dan moet er op de cruciale punten even een haakje beroerd
worden. In de 9e lengte zit de sleutelpassage: een subtiel bijna verticaal
plaatje met messcherpe randjes waarover een korte diagonale traverse
loopt. Het lukt, naklimmend met rugzak, wonderbaarlijk genoeg vrij.
Als Martijn en ik als laatsten boven aankomen, hebben David en Hans onze
opties al verkend. Aan de horizon liggen de onweerswolken alweer klaar om het
Gesäuse van haar bijna dagelijkse portie 'Gewitter' te voorzien. Ons
oorspronkelijke plan om ab te seilen over de route, blijkt vanwege het
routeverloop onmogelijk. Nou ja, ons plan? Om eerlijk te zijn had ik onder de
instap een veto uitgesproken dat er met een lichte rugzak (en dus zonder
wandelschoenen) geklommen zou worden. Een andere optie: abseilen over een
andere route, valt ook af omdat we geen ander route kunnen vinden. Rest ons
nog één alternatief: op wrijvingsschoenen afklimmen langs de
zuidwand-klettersteig: sorry jongens, mijn schuld. Na de klettersteig dalen
we verder af over een steile puinhelling en uiteindelijk gaan, vanwege de
pijn, de klimschoenen op het laatste stuk maar uit. We zijn nu aan de westkant
van de zuidwand en onze schoenen liggen helemaal aan de oostkant. Uitgeput ga
ik op een rotsblok zitten en geniet van de zon terwijl Hans en Menno mijn
wandelschoenen ophalen.
Terugdenkend aan deze dag snap ik niet waarom ik die dag nooit een verwijt
van ze gehoord heb. Zouden ze vergeten zijn dat het mijn idee was, om zonder
wandelschoenen te klimmen? Waarschijnlijk niet. Het is een stuk aannemelijker
dat ze het me stilzwijgend vergeven hebben, toch?
De massieven
Het Gesäuse bestaat uit 3 hoofdmassieven.
- De Hochtorgruppe. Dit massief ligt aan de zuidzijde van de kloof waar de
rivier in oostelijke richting doorheen stroomt. De Hochtorgruppe is het
grootste massief met oneindig veel klimmogelijkheden. Het massief is 4 km
breed en bestaat aan de noordkant over de hele lengte uit 500 tot 800 meter
hoge loodrechte wanden. Planspitze, Peternschartekopf, Roßkuppe, Dachl,
Hochtor, Haindelkarturm, Festkogel en Großer Ödstein zijn de
afzonderlijke toppen met onder elke top tientallen routes. Aan de zuidzijde
bieden vooral de Festkogel en Großer Ödstein prachtige
beklimmingen. Alle routes op de Hochtorgruppe zijn lange alpiene ondernemingen
en stabiel weer is noodzakelijk. Met een overnachting in de Haindelkarhutte
verkort je de anstieg met 500 hoogtemeters. Effectief in tijd scheelt het
hooguit 45 minuten. Voor routes op de Planspitze en Peternschartekopf is een
vertrek uit het dal zelfs sneller.
- De Buchsteingruppe. Ligt aan de noordzijde van de kloof en bestaat uit de
Große en Kleine Buchstein. Op de zuidwand van de Große Buchstein
zijn de laatste paar jaar geweldige alpiene sportklimroutes ingeboord met
gemiddeld 10 touwlengtes. Overnachten in het Buchsteinhaus is aan te raden om
meerdere redenen.
- Reichensteingruppe. Dit massief ligt westelijk van de
kloof en in het verlengde van de Hochtorgruppe richting Admont en bestaat uit
de Reichenstein, Sparafeld en Kalbling. De Kalbling is de meest toegankelijke
berg van het Gesäuse omdat er een tolweg (een paar euro per auto) naar de
Oberst Klinke-Hütte gaat die onderaan de Kalbling ligt. Op de westwand
van de Kalbling kunnen (ook bij minder stabiel weer) mooie tochten gemaakt
worden van zo'n 8 touwlengtes.
Ligging en reis Het Gesäuse is onderdeel van de in Steiermark
gelegen Ennstaler Alpen. Utrecht-Admont is ongeveer 1050 km. Vanaf de A12 is
het alsmaar rechtdoor: de A12 gaat bij de duitse grens over in de 3 en bij de
oostenrijkse grens gaat de 3 weer over in de A8. In 2003 is de A9 richting
Graz klaar. Tot die tijd moet je nog tussenstukken over de provinciale weg 138
rijden. Neem hiervoor vanaf de A8 afslag 17. Na de Bosrucktunnel neem je de
eerste afslag richting Admont.
Overnachten In Admont is een eenvoudige en mooi gelegen
camping. Verder zijn er een aantal Gasthofen waar vaak tegen een redelijke
prijs overnacht kan worden. Verreweg de beste keus is de prachtig gelegen
Köblwirt met een uitstekende boerenkeuken. Verder zijn er in het gebied
een tiental kleine berghutten.
Gidsje: XEIS-auslese (25
Euro) uit 2002. Samengesteld door de reddingsdienst van het Gesäuse.
|
 |

 |  |  |  |  |  |  |
tochtenverhalen : overzicht
|  |  |  |  |  |






 |  |  |  |  |  |  |
medische expedities : overzicht
|  |  |  |  |  |
|