[ start ]  [ forum ]  [ competitie ]  [ klimgids ]  [ rots ]  [ alpien ]  [ bergwandelen ]
 [ alpine.climbing.nl ]

je bent hier : climbing.nl > alpien > materiaal > ijsbijlen
 [ Klimhal Amsterdam ]

IJsbijlen

Door: Jeroen OffermansAlpintreff, december 2001)

IJsbijlen zijn bedoeld voor voortbeweging is steilijs, gecombineerd terrein, of zelfs pure rots (drytooling) met een steilte vanaf 70 graden. Bijna alle merken bieden verscheidene modellen aan met een zogenoemd modulair systeem. Modulair wil zeggen dat er op de kop verschillende houwen, schoffels en hamerkoppen gemonteerd kunnen worden. Het voordeel van een modulair systeem is dat je het gereedschap kan aanpassen aan de werkomstandigheden (type en kwaliteit van het ijs bijvoorbeeld). Bovendien kan men, na breuk of overmatige slijtage van een houw, eenvoudig een nieuwe plaatsen.

IJsbijlen bestaan uit een aantal onderdelen waarvan ik de belangrijkste zal beschrijven.

De houw

Allereerst iets over het materiaal van de houw. Een harde houw is op zich wel sterk, maar tegelijkertijd ook bros en zal sneller slijten en breken. Een zachte houw zal verbuigen en niet meer optimaal functioneren. De houw moet gemiddeld zo'n 50.000 keer in het ijs te slaan zijn zonder dat er breuk optreedt. Goede houws zijn vervaardigd uit 4130 chroommolybdeen.

Houws worden ofwel gestanst en vervolgens in een oven gehard, ofwel gegoten. Speciale bewerkingsvormen zoals oppervlakteharding door snelle afkoeling, bepalen de exacte eigenschappen van het materiaal. Met röntgenfoto's controleert men de kwaliteit.

Vervolgens wordt de houw verder bewerkt (afbramen, polijsten, slijpen). Een goede houw moet zich, met behulp van het gewicht van de bijl en je arm, in het ijs vreten. Schraapt hij over het ijs en vindt hij geen houvast, dan is de vorm niet goed en moet hij verder worden bewerkt. Het zal duidelijk zijn dat het gehele productieproces van invloed is op het eindresultaat, maar vooral bij de afwerking ontstaat er kwaliteitsverschil. Een stukje handwerk en vakmanschap. Helaas dwingen de meeste fabrikanten je om zelf nog even flink de vijl ter hand te nemen!

Vrijwel alle houwen zijn banaanvormig, zodat ze makkelijker uit het ijs verwijderd kunnen worden. Bovendien hebben ze vrijwel allemaal een extra vertanding bij de kop van de ijsbijl, om houvast te vinden op ijslamellen.

De hamerkop en schoffel

De hamerkop en schoffel zitten, al dan niet modulair, achter op de kop. Een aantal fabrikanten brengen binnen hetzelfde systeem verschillende maten hamerkoppen en schoffels op de markt (onder andere Grivel). Meestal wordt de ijsbijl standaard voorzien van een hamerkop die bij enkele merken (als bij Black Diamond), kan worden verklemd in spleten om houvast te vinden (vorm van een hexentric).

De steel

Op de eerste plaats moet de ijsbijl aan een aantal veiligheidseisen voldoen. Deze staan omschreven in de CE-normen. Zo moet de treksterkte van de steel minimaal 250 kg bedragen. Om dit te bereiken gebruiken fabrikanten veelal 6091 T6 of Ergal 7075 aluminium om de steel te maken. Enkele buizen hebben zelfs een profiel aan de binnenzijde om nog meer weerstand te bieden tegen buigen.

Opmerkelijk is het gebruik van carbonfiber. Dat kan verwerkt zijn als mantel om een alu-steel (om resonantie tegen te gaan) of als holle, zelfdragende constructie, zoals in de CF-Black Prophet en de nieuwe Cobra van Black Diamond. De laatste constructie biedt minimale resonantie, een bijzonder laag gewicht en zorgt ervoor dat het zwaartepunt dichter bij de kop komt te liggen, waardoor balansgewichtjes op de kop overbodig worden. Dat is een voordeel omdat extra obstakels hinderlijk kunnen zijn wanneer je de kop in een rotsspleet wilt verklemmen.

Vrijwel alle ijsbijlen die voor watervalijsklimmen zijn bedoeld hebben een anatomische steel. Waarom anatomische steel?

  • doordat je de steel onder een hoek vast hebt zal deze minder snel zijdelings wegklappen
  • natuurlijke houding (ergonomisch), dus minder vermoeiend
  • handen (knokkels) worden beter beschermd

De plaats van de bocht moet zorgvuldig zijn gekozen.

De kop

Om de kop te maken gebruikt men 17-4 stainless steel, een chroommolybdeen- of een aluminiumlegering.

Twee veelgebruikte productiemethoden zijn gieten en stansen. Bij gieten (investment-cast) gaat men uit van een model van de kop in wax. Deze wordt in een blok met zand geplaatst. Vervolgens wordt hier het materiaal (17-4 stainless steel) in gegoten: de wax verdampt en het staal blijft over in de vorm van de mal.

Bij het stansen wordt de kop uit een plaat geslagen met behulp van een stempel. De laatste productiemethode is uiteraard minder nauwkeurig, doordat het materiaal op diverse plaatsen wordt gerekt en gestuikt.

De uitvoering en het gewicht van de kop bepalen in grote mate de balans van de bijl. Een zwaartepunt achter de kop zal wegklappen van de houw tot gevolg hebben. Zit het zwaartepunt te veel in de steel (te weinig gewicht in de kop) dan zal je meer kracht moeten gebruiken om de bijl in het ijs te plaatsen.

Eén methode om het balanspunt te beïnvloeden is het plaatsen van een balansgewicht (ca. 50 gram) op de kop. Dit heeft als nadeel dat deze obstakels in de weg kunnen zitten bij het verklemmen van de kop in rotsspleten (drytooling). Daarom is het zo belangrijk dat de steel niet te zwaar wordt gefabriceerd, dan zit er verhoudingsgewijs meer gewicht in de kop.

Een andere eigenschap van de ijsbijl, waar vooral de kop voor verantwoordelijk is, is resonantie. Door het inslaan in het ijs ontstaat er een golfbeweging in de houw. De golfbeweging loopt via de kop naar de steel en weer terug naar de houw. De trillingen veroorzaken springwerking in het ijs, waardoor de bijl minder houvast vindt. Bovendien zijn de trillingen voor de klimmer bijzonder irritant.

De kop moet deze resonantie zoveel mogelijk dempen. Uiteraard moeten bij modulaire systemen de houwen, schoffels en hamerkoppen spelingsvrij op de kop zijn gemonteerd. Het lijkt logisch maar enkele modulaire systemen voldoen niet aan deze eis!

Polslussen

De polslus is bij watervalijsklimmen van bijzonder groot belang. Je hangt namelijk vrijwel continu in de lussen. Het is dus bijzonder belangrijk dat de lus comfortabel hangt en niet in je polsen snijdt. Verder is het belangrijk dat je snel in- en uit de lussen kan komen, bijvoorbeeld bij het plaatsen van een ijsboor. Er bestaan vele uitvoeringvormen. Dus laat bij het kiezen je persoonlijke voorkeur de doorslag geven.

over deze site : welkom

Welkom op alpine.climbing.nl, de site met verhalen en informatie over alpiene beklimmingen van climbing.nl, a.k.a. de dutch climbing homepage. Nieuwe verhalen worden altijd aangekondigd op de voorpagina van climbing.nl.

Heb je zelf nog verhalen, informatie of foto's voor alpine.climbing.nl? Graag! Neem daarvoor contact op met Paul Gevers, de redakteur van deze site.

Gerelateerde sites zijn overigens:


interaktief : overzicht

Als bezoeker van alpine.climbing.nl kun je actuele condities toevoegen van tochten die je recent gemaakt hebt, en je kunt onze lijst met externe links aanvullen.


tochtenverhalen : overzicht


serie AD+/D- : overzicht


gebiedsinfo : overzicht


recensies : overzicht


materiaal : overzicht


techniek : overzicht


medische expedities : overzicht



climbing.nl : alpien : verhalen : gebiedsinfo : techniek : materiaal   |   forum : klimgids.nl : zoek : redactie
disciplines : competitie : boulderen : sportklimmen : alpien : bergwandelen   |   special interest : bleau.info : ijskap.nl
blogs : sloper : klimx : loods : jh   |   sacs : n : a : e : g : i : l : nij : t : til : u : y : nsk : nskb   |   org : nmga
sponsors : demmenie : axis : la sportiva : belle maison : nkbv : de klimmuur : klimhal a'dam : evolv
 

© '94-'08 climbing.nl, bleau.info, bergsport.com all rights reserved