![]() ![]() |
![]() Moderne ijstechniekDoor: Franz Karger en Jeroen Offermans (© Alpintreff, december 1999) Het ijsklimmen heeft een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt als het sportklimmen. Het is ontstaan toen alpinisten zochten naar oefenmogelijkheden voor beklimmingen in hoog-alpien terein. Inmiddels heeft het watervalijsklimmen zich ontwikkeld als een zelfstandige sport, die zeer populair is geworden. Er is veel veranderd de afgelopen jaren. Mede door de technologische ontwikkelingen op het gebied van ijsklimmateriaal werd het mogelijk moeilijkere routes te klimmen. Er is geen discipline binnen de bergsport waarbij het gebruikte materiaal zo'n enorme invloed heeft op de prestatie als bij het watervalijsklimmen. Maar niet alleen het ijsklimmateriaal, ook de inzichten in de ijsklimtechnieken hebben geleid tot een veel hoger klimniveau. Tegenwoordig hoef je niet meer te expirimenteren, in een goede cursus leer je het steilijsklimmen volgens een didactisch beproefde methode. De moeilijkste ijsklimtochten, meestal mixed-routes, kenmerken zich door ingewikkelde bewegingen en technieken die ook toegepast worden bij het rotsklimmen. De omgevingscondities zijn echter harder dan bij het sportklimmen en er zitten veel meer risico's aan vast. Het is dus belangrijk goed in te schatten waar je grenzen liggen en daar vervolgens je doelen op af te stemmen. Een goede "amateur" kan uit de voeten in ijsroutes tot 80 graden, mits die met enig respect worden benaderd en de nodige veiligheidsreserve in acht wordt genomen. Autodidacten lopen bij het ijsklimmen een hoog risico. Een zinvolle systematische opbouw is geen luxe maar bittere noodzaak. Net als bij andere bergsportdisciplines geldt ook bij deze bijzondere wintersport dat gecontroleerde bewegingen de basis zijn voor het veilig klimmen. Het touw en de overige zekeringsmaterialen dienen uitsluitend om de gevolgen van een val te beperken.
Bovendien zul je deze basistechnieken tijdens de aanlooproutes en de afdalingen van veel ijsroutes bitter hard nodig hebben. Aanlooproutes en afdalingen ogen vaak eenvoudig terwijl ze technisch verraderlijk zijn en je voortdurend het risico hebt dat je valt. Het is niet altijd eenvoudig je te blijven concentreren op de juiste hoek waaronder de voeten staan (het gebruiken van zoveel mogelijk stijgijzerpunten) en de juiste basishouding van het lichaam behouden nadat je meerdere uren hebt geklommen. Bijkomend probleem dat een zinvol gebruik van het touw in dit terrein niet altijd mogelijk is. Vooral het risico dat je iemand bij een val meetrekt is bijzonder hoog. Het leren automatiseren van bewegingen en technieken vergt een enorme inspanning. Het is belangrijk om regelmatig te oefenen in dit terrein en zo de nodige ervaring op te doen. Ook het het lopen en klimmen met stijgijzers over losse stenen, bevroren grashellingen, bosgrond en eenvoudige rotspassages is iets dat keer op keer geoefend moet worden. Enkele wenken:
Bij het klimmen op de voorste punten van de stijgijzers is het belangrijk dat je die hiel omlaag drukt (de mate waarin is afhankelijk van het type stijgijzer). De voeten staan in verband met de stabiliteit minimaal op heupbreedte. De armen dienen bij deze steilheid slechts voor het behouden van het evenwicht en de slagtechniek speelt in deze fase een ondergeschikte rol. De voet- en slagtechniek kunnen in het begin apart getraind worden. De eerste stap is het veel traverseren en klimmen van de nodige toproperoutes (40 tot 80 graden), waarbij de nadruk moet liggen op de voettechniek. Houvast voor de handen kunnen door een berggids geplaatste ijsschroeven zijn, maar ook natuurlijke structuren in het ijs als ijspegels, gaten en ijslamellen. Verder train je het omgaan met je lichaamszwaartepunt en het evenwicht en het onbelaste verplaatsen van je voeten.
Het principe bij het plaatsen van een ijsbijl is kijken, een of twee keer aantikken en fixeren. De slagbeweging komt losjes uit de pols (dus niet de komplete bijl naar achteren zwaaien) en combineert een voorwaartse en neerwaarts-trekkende beweging. Bij hard ijs kan de bijl eventueel gestabiliseerd worden door de duim op de achterzijde van de shaft te plaatsen. Daardoor kun je de ijsbijl beter sturen en wordt voorkomen dat hij zijwaarts wegklapt. In terrein met een steilheid van 40 tot 60 graden pas je de zogenaamde diagonaaltechniek toe. Bij de diagonaaltechniek is de bewegingsvolgorde als volgt: rechterhand - linkervoet - linkerhand - rechtervoet (met de linkerhand beginnen kan natuurlijk ook). Als het terrein steiler wordt gebruik je de Raupentechnik (bewegen als een rups). Bij de Raupentechnik is de bewegingsvolgorde als volgt. Linkerhand - rechter hand - met de voeten zo hoog mogelijk naklimmen. Bij het klimmen in steilijs moet je op de volgende punten letten:
Een gedegen topropetraining in dit terrein voorkomt onaangename verassingen. Her losmaken van een te diep geplaatste ijsbijl. Iets dat je vooral bij beginnende voorklimmers kunt waarnemen, gaat gemakkelijk door met de bal van je hand tegen de onderkant van de schoffel of hamerkop aan te kloppen. Door het van links naar rechts bewegen van de ijsbijlen kunnen punten verbuigen of zelfs breken. Dit gebeurt sneller dan je denkt.
Vanzelfsprekend komt er naast klimtechniek nog een grote hoeveelheid touw- en zekeringstechnieken bij het watervalklimmen om de hoek kijken. Het zetten van de ijsschroeven bijvoorbeeld. Het plaatsen van een ijsschroef doen we volgens de ethisch puurste vorm: tijdens het klimmen zonder gebruik te maken van touwsteun of door in ijsbijlen te gaan hangen. Allereerst plaatsen we beide ijsbijlen goed in het ijs. We halen een hand uit een polslus, plaatsen een setje in de vrije ijsbijl en klippen daar het klimtouw in (voor het geval dat). Vervolgens plaatsen we de ijsboor in het ijs en hangen we het setje om van de polslus in de ijsboor. Let er op dat de armen tijdens het plaatsen van de ijsboor volledig gestrekt zijn. Ook het plaatsen van een ijsboor is iets dat allereerst in een topropesituatie geoefend moet worden. De belangrijkste fout die gemaakt wordt is dat de schroef te hoog wordt geplaatst (boven het hoofd is boven je macht). Op heuphoogte kun je de meeste kracht zetten. De hoek waaronder de ijschroef wordt geplaatst is afhankelijk van de ijskwaliteit. Dat geldt ook voor de plaats waar de boor wordt gezet. De ijsklimtechnieken en de bijbehorende manier om dat te leren ontwikkelen zich, net als bij het sportklimmen, in sneltreinvaart verder. Leer en oefen allereerst, onder deskundige begeleiding, stap voor stap alle noodzakelijke technieken. Een videocamera helpt uitstekend bij het achteraf annalyseren van de bewegingen. Videoanalyse is een hulpmiddel dat dan ook bij veel curussen wordt toegepast. |
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||
© '94-'08 climbing.nl, bleau.info, bergsport.com all rights reserved