![]() ![]() |
![]() Ortler-NoordwandTekst en foto's: Stijn Willems (© ESAC, december 2000) Jawohl, dit zou onze eerste èchte noordwand worden. In de zomer van 1999 'moest' het er van komen. De Ortler is een berg van 3905 meter hoog, en het kan er hard waaien, onweren, sneeuwen, of gewoon mooi weer zijn. Na via een tussenstop in de Bernina van de Ötztaler Alpen naar de Ortler te zijn gelift komt bij mij het plan bovendrijven om deze tocht aan m'n klimmaatje Peter voor te leggen.
Geacclimatiseerd waren we al door het maken van eerdere tochten in andere gebieden die zomer. Na aangekomen te zijn in de Ortler vertrekken we een dag later richting Sulden richting de Tabarettehut (2.500 meter). Deze ligt op slechts een paar uurtjes lopen van het dal. Het lopen gaat vandaag niet optimaal, waarschijnlijk ligt dit aan het gegeten voedsel vlak voor de wandeling. Onder de noordwand, tevens op een half uurtje van de hut, liggen op enkele meters van het pad twee gedenkstenen met diverse metalen plaatjes van minder fortuinlijke klimmers. Dit geeft je te denken als je die wand van plan bent. Bij de huttenwaardin informeren we over de condities van 'onze' route, het weer en laten we weten wat we van plan zijn. Met achterlating van onze namen en adressen spreken we af dat wij naar de hut zullen bellen als we weer veilig uit de wand zijn, zodat zij weet dat er geen reddingsoperatie opgestart hoeft te worden. We gaan vroeg slapen, om 21:30, daar we ook weer vroeg op zullen staan om de steenslag voor te zijn.
Nadat we ruim de helft van de wand, zijnde 800 meter, gesoleerd hadden word
het ijs dermate hard en steil dat we besluiten om in te binden en te gaan
zekeren. Ook bannen we hiermee het risico uit dat als je door een steen wordt
geraakt je naar beneden valt. De snelheid zal hierdoor helaas wel dalen wat de
duur in de gevarenzone verhoogt. Na twee touwlengtes klimt Peter weer voor en
na het plaatsen van enkele tussenzekeringen probeert hij stand te
Met name de huidige steenslag en ijssteilte bepalen het verder routeverloop in de wand. Hierdoor worden we gedwongen van de Ertlweg af te wijken. De wand wordt in het bovendeel minder steil en de steenslag is gelukkig weg. We zijn onder de rotsen vandaan. Na nog enkele touwlengtes gaan we doodop, we zijn inmiddels 12 uur aan het klimmen, het laatste stuk weer solerend naar de top van de wand. Uit de wand gaan we, in verband met dreigend onweer wat in de verte te zien is, direct over de gletsjer, met een pauze in een bivak, en via een rotsgraat naar de Payerhut. Hier komen we totaal kapot om 21:00 uur aan. We bellen als eerste de Tabarethut op om door te geven dat we heelhuids zijn aangekomen en dat er dus geen reddingsactie hoeft te worden opgezet.
Het ontbijt de volgende morgen, na een lange nacht bijslapen, bestaat wederom uit droog brood van inmiddels drie dagen oud, en warm suikerwater. Na het ontbijt lopen we, in gedachten nog aan het klimmen, in een kleine 2,5 uur af naar Trafoi, alwaar we met de bus verder naar beneden gaan. Later krijgen we nog een lift van dezelfde gids die we boven in de hut al hadden gesproken. Na deze wand zijn we tot de conclusie gekomen dat we te weinig conditie hadden en er aan onze techniek nog te schaven viel. Zo waren we te traag met zekeren, wat ons drie touwlengtes stenen heeft gekost en kwamen we doodmoe uit de wand. Teven zijn wij tot de conclusie gekomen dat we meer van zulke touren willen en zullen gaan maken.
Een week later zou ik dezelfde wand gaan klimmen met een andere touwgenoot. Door weer een hele week zon hartje zomer was de wandvoet ruimschoots voorzien van verse ijs- en steenslagsporen. Onder een heerlijke kaasfondue tussen de konijnen, met uitzicht op de volledige noordwand, besloten Bram en ik om de normaalweg te doen de volgende dag. Die wand blijft nog wel even staan.... |
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||
© '94-'08 climbing.nl, bleau.info, bergsport.com all rights reserved