[ start ]  [ forum ]  [ competitie ]  [ klimgids ]  [ rots ]  [ alpien ]  [ bergwandelen ]
 [ alpine.climbing.nl ]

je bent hier : climbing.nl > alpien > tochtenverhalen > cassin route, piz badile no-wand
 [ Mountain Network ]
 [ Bas en Jesse in het bivak ]

Cassin Route, Piz Badile NO-wand

Door : Bas Visscher, augustus 2005.

Na 2,5 week in Ailefroide te hebben geklommen zijn Jesse de Vries, Mathis Chlosta en ik naar het Zwitserse Bergell gereden. We zijn hier voor de noordoostwand van de Piz Badile (TD, 800m, max 6a). In de afgelopen periode hebben we in een aantal mooie routes op snelheid, moeilijkheid en goede organisatie kunnen trainen. Het is de eerste keer dat we een route van dergelijk kaliber willen klimmen. Het belooft dus een mooi avontuur te gaan worden.

De camping in Bondo is best relaxed. Met het weer hebben we geluk, de vele regenval die Zwitserland de afgelopen week teisterde, is voorbij. Stabiel is het echter nog niet, maar volgens de campingbazin is het van maandag tot en met woensdag erg mooi. Ik stel voor de route dinsdag te klimmen, zodat de wand tijdens onze aanloop op maandag kan opdrogen. Dat betekent dat we nog een paar dagen kunnen relaxen op de camping en de motivatiemeter voor de klim tot 100 kunnen laten oplopen.

Tijdens de aanloop naar de Sasc Fura is het broeierig warm. Het weer is lang niet zo goed als voorspeld was, en de zon schijnt slechts af en toe boven het Bergell. Ik maak me bezorgd, want de route moet droog zijn om hem goed te kunnen klimmen. We lichten de huttenbaas in dat we de Cassin route willen klimmen en de tent aan de voet van de berg neerzetten. Ik verwachtte dat hij ons wat informatie over de route zou geven, maar het enige wat we horen is toestemmend gebrom. We rusten nog wat uit bij de hut, vullen voor twee dagen water en gaan dan verder richting bivakplaats. Net als we weg willen gaan, gaat de baas richting toiletten, waar wij ook staan. Ik zeg hem dat we vertrekken en vraag hem voor de zekerheid wanneer de route voor het laatst is geklommen.

“Vorige week nog, voor de regenval. Morgen wordt het weer goed, ik denk dat jullie een goede kans maken.” Hij wenst ons succes en wij gaan op weg. Het neemt een deel van mijn onzekerheid weg. We hebben ons goed voorbereid, we zijn in vorm en zijn ons goed bewust van wat deze route inhoudt, maar toch twijfel ik. Is het niet te moeilijk, willen we niet te veel?

Anderhalf uur later naderen we de Badile, die nog grotendeels in de bewolking zit. We zoeken een mooie plek voor de tent uit, veilig voor eventuele steenslag en op een half uur lopen van de instap. Gewapend met topo en helm klimmen we door eerste- en tweedegraads rots naar een kleine pas op het begin van de noordgraat. Vanaf hier zouden we goed zicht moeten hebben op onze route, maar de wolken zorgen ervoor dat we slechts de helft van de wand kunnen zien. Ik herken de rotsband die naar het begin van de route leidt. Gelukkig ligt er weinig sneeuw op.

 [ Bas en Jesse in het bivak ]
Bas en Jesse in het bivak

De wand zelf is niet helemaal droog. Weer duikt bij mij de twijfel op. Enerzijds is er onzekerheid, anderzijds de drang om deze imposante route te klimmen. Mathis is meer overtuigd dan mij, Jesse uit zich niet echt. Het is inmiddels al half vijf, we krijgen het koud en lopen terug richting tent.

We komen vrijwel meteen drie Duitsers tegen. Ik schat dat ze iets ouder dan ons zijn. Of ze voor de nordkante komen? Nee, voor de Cassin.
Ze vertellen ons dat ze nu het eerste deel van de route gaan klimmen en dan in het Cassin bivak na vijf lengtes gaan bivakkeren. Ik antwoord ze dat we dan gaan kijken hoe ze de eerste lengtes klimmen. Wij weten dan morgenochtend precies waar we moeten instappen.
Het geeft ons een goed gevoel dat we morgen niet de enigen in de route zijn. De Duitsers bekijken de wand maar nauwelijks en maken zich kennelijk geen zorgen over eventuele natheid of slecht weer. Ze seilen ab naar de rotsband, die naar de instap van de route leidt en lopen snel naar de eerste lengte. Ze klimmen aan touw door een eenvoudige spleet omhoog. Plotseling begrijp ik de topo tekening en zie ik dat pas na deze spleet de eerste touwlengte begint. Dat is nuttige informatie voor morgenochtend. De Duitsers verkiezen de makkelijkere Rebuffatvariant (5b) boven de gebruikelijke eerste lengte (5c). Terwijl wij hen bekijken leren we de waarderingen van de topo uit ons hoofd. We zijn verbaasd over de tactiek van deze jongens, want op deze manier klimmen ze met veel gewicht. Wijzelf zullen morgen met slechts twee dagrugzakjes klimmen, met daarin zes liter water, eten, drie paar sokken, een EHBO kit, een topo en drie regenjassen…

Na het eten hebben we niet zoveel meer te doen. We pakken de rugzakjes alvast in en bespreken nog wat kleine dingen. Het weer trekt gelukkig open en we blijken vanaf hier een machtig uitzicht te hebben op het Bergell. Ik voel me opgelucht en gelukkig tegelijk, maar ook gespannen voor de klim van morgen. Om acht uur gaan we slapen. Ik weet dat daar voorlopig weinig van komt, maar het liggen in de slaapzak ontspant me ook.
Om vijf uur gaat de wekker. We hebben alledrie beroerd geslapen. Ik dwing mezelf goed te ontbijten. Dan het volgende struikelblok, het indoen van mijn contactlenzen. Ik heb ze vrij gauw zitten, maar mijn ogen blijven wat geïrriteerd. Ik wil echter ook geen tijd verliezen en laat het wat voor het is. Voor de zekerheid stop ik mijn bril en lenzenhouder nog in de rugzak. Om zes uur vertrekken we. Het wordt langzaam licht en we zien dat het een schitterende dag zal worden. Wij kennen al de route die we moeten lopen, waardoor twee andere touwgroepen ons dankbaar kunnen volgen.

Als we op ons uitzichtspunt van gisteren zijn, zien we dat er nog drie mannen over de rotsband richting de Cassinroute lopen. Wij trekken hier alvast de gordels aan en laten onze schoenen hier achter. Door middel van een abseil bereiken we de rotsband. Mijn contactlens irriteert. Ik weet niks anders te bedenken dan hem eruit te halen, erop te spugen en weer terug te doen. Het helpt gelukkig. Om zeven uur staan we onder de eerste lengte. Het avontuur gaat beginnen.

Na kort overleg besluiten we dat Jesse begint met klimmen. Ik zal het middelste deel met de moeilijkste lengtes klimmen en Mathis het laatste deel. Ook wij kiezen voor de Rebuffat variant. Het is een mooie dièdre, waar je prima friends kunt plaatsen.

 [ Jesse in touwlengte 1 ]
Jesse in touwlengte 1 (5b)

Er zijn geen mephaken te bekennen. De Italianen zitten vlak boven ons, waardoor Jesse ziet waar de standplaats is. Ze klimmen gelukkig snel door. Als Mathis en ik omkijken zien we dat er nog een touwgroep de Cassin route wil klimmen. Ze seilen echter in de verkeerde richting ab en doen dit ook nog eens erg langzaam. Het wordt nog een drukke boel hier. Jesse klimt soepel door de lengte heen en zekert ons even later naar boven. Nu ik mag beginnen aan de wand, waar ik de hele vakantie naar toe heb geleefd, valt de spanning weg. De overtuiging dat we de route gaan toppen komt ervoor in de plaats. Dat mag ook wel, want na de eerste lengte is er door het kronkelende routeverloop geen weg meer terug.

De volgende drie lengtes zijn betrekkelijk eenvoudig (IV+). Ik maak een klein slippertje als ik een friend uit een spleet haal, maar weet me te corrigeren. De zon komt ook van achter de Piz Cengalo tevoorschijn en maakt het klimmen comfortabel. De Italianen zorgen ervoor dat we de standplaatsen met boorhaken snel kunnen vinden. Om dit deel van de route te kunnen afzekeren, is Jesse geheel afhankelijk van nuts en friends.

 [ Touwlengte 2 ]
Touwlengte 2 (4b)

De vijfde lengte is de eerste sleutelpassage (5c+). We zagen de twee naklimmende Italianen er tegelijk uitglibberen, omdat de rots nog behoorlijk nat is. Jesse weet de lengte echter zonder problemen te klimmen. Ook de volgende lengte (5c) gaat hem goed af. We moeten af en toe een paar minuten wachten op de Italianen, maar we nemen het ze niet kwalijk, want het vinden van de juiste route is niet altijd eenvoudig. De zevende lengte is een traverserende 5b. Mathis geeft het advies de touwen tegelijk in te klippen, zodat de naklimmers minder gevaar lopen bij een eventuele val. Naarmate Jesse verder klimt, zien we dat hij steeds meer last van touwwrijving krijgt. Het touw zit op een gegeven moment zo vast, dat hij gedwongen is een standplaats van friends te bouwen op tien meter afstand van de normale standplaats. Hij kan ons daardoor ook niet omhoog zekeren. Mathis en ik schieten daarom het resterende touw op en maken met een prusikknoop een zelfzekering. Het doorschuiven en tegelijk klimmen gaat niet echt soepel. Door dit foutje verliezen we de Italianen uit het oog.

Na deze touwlengte neem ik de voorklimmerspositie over. Er volgen een paar eenvoudige lengtes, waar we snel doorheen kunnen klimmen. Even later staan we onder de moeilijkste lengte van de route (6a). Terwijl ik de eerste meters klim, vraag ik Jesse een vluchtige blik in de topo te nemen. Hij antwoordt me dat ik straks naar rechts moet. De spleet die het beste houvast biedt, is nat. Ik plaats hier en daar een friend en klip de oude mephaken in. Waar moet ik naar rechts? Ik probeer mezelf door middel van een spreidstand uit de spleet te werken. Trillende benen en een woeste adrenalinerush zijn het gevolg. Niet hier dus. Ik zie even niet hoe ik verder moet. Een meter naar links blijkt het beter te doen om dan vervolgens weer terug de versnijding in te klimmen. Ik wil iets verderop een mephaak klippen, maar kom tot de conclusie dat er nog een paar setjes op de standplaats aan de gordels van Jesse en Mathis hangen. Dan maar de snapper gebruiken, waar een nutje aan vast zit. Even zit ik te klunzen en oeps, toen lag het nutje beneden…

 [ Touwlengte 11 ]
Touwlengte 11 (6a)

Ik klim twee meter verder, waar ik het touw in een achtergelaten friend kan klippen. Ik verklem mijn kont en rug in de spleet en maan mezelf rustig te blijven. Net als ik me in deze positie heb gemanoeuvreerd, zoeft er een steen rakelings langs me. Het doet me gek genoeg weinig, ik vraag me eerder af waar ik heen moet. Plotseling zie ik twee mephaken naast elkaar en ik herinner me meteen uit de topo dat ik daar naar rechts moet. Hoewel ik de touwen netjes en om en om heb ingeklipt, begint de touwwrijving onaangenaam te worden. Later zou ik op basislager.ch lezen dat de touwwrijving alleen voorkomen kan worden als je de diepverklemde friend uit de spleet met een slinge verlengt. De touwwrijving is zo sterk dat ik maar aan de mephaken stand maak. Door de adrenaline van daarnet laat ik ook een bandslinge vallen. De jongens komen snel na. De standplaats is te krap voor ons drieen, dus ik wil gauw verder.

Boven me zie ik nog een standplaats, maar de weg naar rechts ziet er veel makkelijker uit. Toch maar naar rechts. Ik kom na tien meter aan op de normale standplaats met boorhaken. Mijn routegevoel is zo slecht nog niet, denk ik bij mezelf, want de standplaats die ik net zag, was een oude van mephaken. De volgende lengte is een 5c, die me goed af gaat. Het is net zoals de vorige lengte, een loodrechte diedre, waar je goed je klemveren in kwijt kan. De 13e lengte biedt nog een leuke 6a-, volgetimmerd met mephaken. Om gewicht te besparen en omdat er meer haken zijn dan verwacht, hebben we maar zes setjes bij ons. Deze zijn gauw op, waardoor ik ondanks de haken alsnog nuts moet plaatsen. Vrijklimmen interesseert me niet meer, ik “sjaak” mezelf aan de setjes snel omhoog. Op de standplaats aangekomen, ben ik opgelucht en moe.

 [ Touwlengte 13 ]
Touwlengte 13 (6a-)

Het moeilijkste deel van de route zit erop. Ondanks dat ik nog één lengte zou moeten klimmen, vraag ik Mathis om verder te gaan. Hij voelt zich nog prima, zodat we vaart kunnen maken.
Een paar touwlengtes boven ons klimmen de Italianen en tot mijn verassing vlak daarboven de Duitsers. Als je zo langzaam klimt, is een bivak inderdaad geen slecht idee. Het routeverloop is vanaf hier duidelijk, we hoeven alleen maar de markante schoorsteen te volgen.

Terwijl Mathis de volgende lengtes op degelijke wijze voorklimt, hebben Jesse en ik op de standplaats gek genoeg de grootste lol om allemaal flauwe geintjes. We vinden het zelf ook een raar idee dat we in de meest serieuze noordwand van onze klimcarrière zo zitten te lachen. Misschien is het de ontlading van de spanning van de voorgaande lengtes.
De schoorsteen lengtes gaan me niet goed af. Door de rugzak kan ik niet tegendrukken met mijn rug. De grepen zijn hier en daar nat. De lengtes zijn echter minder moeilijk en gaan gauw voorbij.

 [ Touwlengte 18 ]
Touwlengte 18 (5c)

In lengte 19 (5c) verklimt Mathis zich, maar vindt even later toch de standplaats. Het is nog twee lengtes naar het einde van de route. Ik voel me moe en zie al uit naar de afdaling. Na lengte 21 komen we op de graat en hebben we de route getopt. Vrolijkheid en trotsheid overheersen, maar ook het besef dat het 17 uur is, wat we alledrie aan de late kant vinden. We hadden allang besloten niet meer naar de top van de Badile te gaan, die nog vijf eenvoudige lengtes verder ligt. Die komt in de komende jaren wel, bij een bezoek aan de route Another day in paradise. We hebben de afgelopen uren in de schaduw geklommen, waardoor de zon me weer energie geeft. We vieren onze beklimming met een handdruk en een pak Bastogne.

 [ Mathis en Bas na toppen van de route ]
Mathis en Bas na toppen van de route

We zijn redelijk bedreven in snel abseilen door middel van de steinknote, waarmee twee klimmers tegelijk kunnen afdalen. We kiezen er daarom voor om via de lange noordgraat de Badile ab te seilen. De andere optie is de eenvoudige normaalweg, waarbij je aan de andere kant van de berg uitkomt en de volgende dag uren moet lopen naar je tent. Daar hebben we echt geen trek in. Ik bestudeer de topo nog even goed voordat we beginnen met abseilen. Topo’s zijn echter lang niet altijd duidelijk, dus het vinden van de standplaatsen zal toch op route-inzicht moeten gebeuren.

Mathis en ik dalen tegelijk af. Het blijkt meteen al dat de hellingshoek van de graat zo flauw is, dat ons touw voortdurend in een bosje blijft liggen. Het vinden van de abseilringen is niet eenvoudig. Terwijl we zoeken, schat Mathis de locatie van de standplaatsen een paar keer verkeerd in, waardoor hij door vervelend terrein weer terug moet klimmen. Ik ben blij dat ik wel de standplaatsen vind, maar we verliezen hierdoor tijd. Het touw raakt elke lengte dusdanig in de knoop dat we besluiten het na elke lengte op te schieten. Het helpt echter maar weinig. Daarnaast ben je constant bezig met het touw los te trekken uit spleten. Ik traverseer al zoekende over de graat, waarbij ik Mathis per ongeluk een opsodemieter met het strak gespannen touw geef. Het begint een moeizame abseil te worden.

Het wordt er niet beter op, als ons touw ergens op de helft van de graat genadeloos vast blijft zitten. In eerste instantie heb ik het niet door en beginnen we gewoon met abseilen. Als ik een paar meter lager hang, zie ik dat het andere uiteinde van het touw boven nog ergens vast zit. Ik ga er met mijn volle gewicht aan hangen, maar krijg het niet los. Shit!! De enige optie is terugklimmen. Ik klim terug naar de standplaats en bind me aan het andere touw in. Het schemert al flink. Ik vind in eerste instantie gelukkig twee haken om in te klippen. Naarmate ik hoger kom, wordt het steeds moeilijker. Ik bevestig als extra zekerheid een prusik om het verklemde touw. Het wordt gauw donker en ik ben zo stom geweest mijn hoofdlampje niet aan de jongens te vragen. Bij het touw aangekomen zie ik dat het muurvast zit. Ik klip een friend in een spleet en vraag om een blok. Het kan me weinig me schelen dat ik hier zestig euro achter laat. Als ik terug ben op de standplaats is het pikdonker. Het is 21 uur en we zitten pas op de helft van de graat.

Als ik terug ben trekken we onze overige kleding aan en doen we de hoofdlampjes aan. We merken hoe belangrijk het is dergelijke uitrusting altijd mee te hebben. Het weer blijft gelukkig perfect. Nu het donker is, stel ik voor één voor één af te dalen. Ik voelde me vanmiddag in de route moe, maar nu voel ik me verantwoordelijk om ons weer veilig beneden te krijgen, waardoor ik het gevoel heb nog uren door te kunnen gaan. Ik maak me echter wel zorgen, want in het donker de ringen zoeken is nog moeilijker dan bij daglicht. Ik ga als eerste, wat veruit de vervelendste klus is. Jesse en Mathis hoeven alleen maar het touw te volgen en naar het lichtje van mijn hoofdlamp ab te seilen. Ik heb het gevoel dat ze nog vermoeider zijn dan ik, dus vind ik het niet erg. We blijven, ondanks het permanente opschieten, het probleem van touwspaghetti houden. Het kost erg veel tijd. Soms gaat het opeens een paar touwlengtes achter elkaar goed, maar op het moment dat je dat uitspreekt is het alweer mis.

Ik moet heel rustig abseilen om er zeker van te zijn, dat ik de ringen niet mis. Ik begrijp inmiddels de truc: blijf op de graat en ga niet naar links of naar rechts, hoe smal de graat er ook uit ziet. Op het moment dat je in een van beide wanden terecht komt, heb je een probleem: je mag weer terug prusikken. De truc blijkt te werken, want elke keer weet ik tot mijn eigen verbazing de ring te vinden. Het gebeurt me zelfs een paar keer dat ik hem vind, doordat mijn voet er tegen aan stoot.

Op deze manier gaan de uren langzaam voorbij. Af en toe speculeren we over hoe ver het nog kan zijn. Elke keer blijkt onze schatting niet te kloppen en vergissen we ons in de orientatie. Op een gegeven moment ben ik bijna de volle 60m abgeseild terwijl ik de ring nog niet heb gevonden. Ik leg een daarom slinge om een blok en maak daar maar stand aan. Ik vrees dat we vanaf nu definitief de ringen niet meer kunnen vinden, maar als ik even later aan de slinge abseil vind ik een paar meter lager toch de ring. Dit lucht me behoorlijk op, want ik heb weinig trek in een bivak. Ik begin me langzamerhand wel flauw te voelen van de honger. Onder ons zien we lichtjes van andere klimmers, die hetzelfde probleem als wij hebben. Ze lijken niet ver, maar zijn het wel.

Op een gegeven moment herkennen we het punt, van waar het nog maar twee lengtes abseilen is. Dat geeft weer moed. Ik seil de eerste van deze lengtes ab, maar kan met geen mogelijkheid de ring vinden. Het is eenvoudig terrein en bind me uit. Als Jesse naast me staat, loop ik een paar meter opzij, waar ik toevallig de ring vind. Puur mazzel. De laatste lengte abseilen gaat door brokkelig terrein, totdat ik met mijn schoenen in het gras sta. Ik heb geen flauw idee waar ik verder heen moet. Ik weet wel zeker dat we aan het einde van de abseilpiste zijn. Volgens de topo moet hier ergens een pad zijn. Terwijl Jesse en Mathis abseilen, sjouw ik rond in de hoop dat te vinden. Niets wat daar op lijkt. Jesse en Mathis gaan in het gras zitten. Ik vraag ze het pad te gaan zoeken, omdat we anders de komende uren moeten wachten op het licht.

Jesse weet de fut op te brengen en ziet gelukkig gauw de plaats waar onze schoenen liggen. Het is kwart voor 5 als we daar zijn. Veels te laat. Het is vanaf hier nog 20 minuten lopen naar de tent. Mathis gaat voorop. Ik ben inmiddels aan het einde van mijn Latijn en de jongens gaan me te snel. Godverdomme, waarom lopen we niet bij elkaar naar beneden? Even later plof ik moe neer bij de tent. Het moment waar je constant naar uitziet tijdens de afdaling. En het bevalt goed. Jesse gooit 2 blikken chili op het vuur. Het smaakt me slecht, ik denk door alle inspanning. Vijf minuten later lig ik in de slaapzak en ben ik meteen vertrokken.

 [ Jesse en chili ]
Jesse en chili

De volgende morgen worden we om tien uur wakker. Ik stuur een paar smsjes naar mijn ouders, vriendin en goede klimmaten en al gauw krijgen we felicitaties terug. We hebben, ondanks de lange afdaling, een geweldig gevoel aan de route overgehouden. Het gevoel van intens leven. En voor dat gevoel klim ik.

over deze site : welkom

Welkom op alpine.climbing.nl, de site met verhalen en informatie over alpiene beklimmingen van climbing.nl, a.k.a. de dutch climbing homepage. Nieuwe verhalen worden altijd aangekondigd op de voorpagina van climbing.nl.

Heb je zelf nog verhalen, informatie of foto's voor alpine.climbing.nl? Graag! Neem daarvoor contact op met Paul Gevers, de redakteur van deze site.

Gerelateerde sites zijn overigens:


interaktief : overzicht

Als bezoeker van alpine.climbing.nl kun je actuele condities toevoegen van tochten die je recent gemaakt hebt, en je kunt onze lijst met externe links aanvullen.


tochtenverhalen : overzicht


serie AD+/D- : overzicht


gebiedsinfo : overzicht


recensies : overzicht


materiaal : overzicht


techniek : overzicht


medische expedities : overzicht



climbing.nl : alpien : verhalen : gebiedsinfo : techniek : materiaal   |   forum : klimgids.nl : zoek : redactie
disciplines : competitie : boulderen : sportklimmen : alpien : bergwandelen   |   special interest : bleau.info : ijskap.nl
blogs : sloper : klimx : loods : jh   |   sacs : n : a : e : g : i : l : nij : t : til : u : y : nsk : nskb   |   org : nmga
sponsors : demmenie : axis : la sportiva : belle maison : nkbv : de klimmuur : klimhal a'dam : evolv
 

© '94-'08 climbing.nl, bleau.info, bergsport.com all rights reserved